Het eerste Nederlandse ‘goud’ werd gewonnen door twee Delftse studenten en een Frans jongetje. Het was in Parijs 1900, de Olympische Spelen stellen nog niets voor. Er waren bijna geen deelnemers en publiek al helemaal niet. François Brandt en Roelof Klein versloegen er in de twee met stuurman drie Franse tams op de Seine.
Het zag er in de series niet naar uit dat Brandt en Klein met de eer zouden gaan strijken in de finale. Ze waren de snelste verliezers. Maar met een vernuftige wissel van de stuurman eisten ze de overwinning op. De zestig kilo zware stuurman Herman Brockmann werd voor de finale ingewisseld voor een klein Frans jongetje - slechts 30 kilo zwaar - waarvan niemand de naam meer weet. Hij was de eerste buitenlander in een Nederlandse ploeg.
Hebben ze het geweten?
Bliksemsnel gingen Brandt en Klein van start om een eventueel Frans ploegenspel voor te kunnen blijven. Met tweetiende van een seconde finishte de Nederlandse ploeg als eerste. Of Brandt en Klein ooit hebben geweten dat ze olympisch kampioen waren geworden, is onbekend. De Spelen duurden maar liefst vijf maanden en velen hoorden pas achteraf dat hun wedstrijd onderdeel was van de Olympische Spelen. Medailles werden ook niet uitgereikt. Er was geen goud.
Sjoukje Dijkstra
Het zou nog lang duren voordat er ook op de winterspelen een gouden medaille werd gewonnen door Nederland. Nederland speelde tot aan de jaren 60 geen grote rol van betekenis bij het lange baanschaatsen. Het was nota bene Sjoukje Dijkstra die op de Amerikaanse discipline van het kunstrijden de eerste Nederlandse gouden medaille won.

Ook croquet stond op het Olympisch programma in Parijs 1900


