Canon van de Sport

  • Vergroot lettergrootte
  • Standaard lettergrootte
  • Verklein lettergrootte

1920 - 1960: Verzuiling

Ook de sport ontkwam in de vorige eeuw niet aan de verzuiling, de scheiding tussen bevolkingsgroepen in Nederland. De drie grootste zuilen – protestanten, katholieken en sociaal democraten – hadden elk hun eigen scholen, krant, kerk, omroep, ziekenhuis en dus ook sportvereniging.

In eigen kring
Sporten deed je voornamelijk in eigen kring: Gereformeerd korfballen. Katholieken, protestanten en socialisten troffen elkaar nauwelijks in het sociale leven in de periode die ongeveer liep van het eind van de eerste wereldoorlog tot eind jaren 60. Na de Eerste Wereldoorlog treffen de katholieken, protestanten en socialisten elkaar zelfs niet meer op het voetbalveld. Bij welke club je ging sporten, werd grotendeels bepaald door je overtuiging. De pastoor bepaalde waar je ging voetballen, de dominee wanneer je niet mocht voetballen: op zondag. Omdat de geschiedenis van de arbeiderssport relatief onbekend is, sta ik er wat langer bij stil.

Vakbondssport
De arbeiders die langzaamaan meer vrije tijd kregen in de 20ste eeuw sportten binnen vakbondsverband. Daar was solidariteit het leidende principe. Geen heldenverering, geen medailles. Winnen was niet belangrijk. In 1926 is de Nederlandsche Arbeiders Sportbond (NASB) opgericht, die op zijn hoogtepunt 25.000 leden telde. De bond zette zich in voor teamsport vanwege de verbroedering: voetbal, zwemmen, gymnastiek en turnen.

Arbeiderolympiades
Een hoogtepunt van sporten met buitenlandse kameraden waren de Olympische Spelen voor arbeiders: de Arbeidersolympiades. Tienduizenden arbeiders kwamen in 1931 bijeen in Wenen en in 1937 in Antwerpen. Geen volksliederen, maar de Internationale klonk er in de stadions. Na de oorlog is de NASB overigens niet meer heropgericht. De verbroedering had een zware klap gekeregen

Bron: Cultuurwijzer

Hieronder de Joodse Arbeiders Sportclub in Antwerpen: