
De Elfstedentocht is de meest tot de verbeelding sprekende sportwedstrijd en sportprestatie van Nederland. De tocht van ruim 200 kilometer op de schaats over het ijs langs de elf Friese steden bestaat uit een wedstrijd en een toertocht voor leden van de Koninklijke Vereniging de Friesche Elfsteden. De Elfstedentocht kent een lange geschiedenis, veel langer dan de Elfstedenwedstrijd.
!740: Eerste tocht?
De oudste vermelding van een Elfstedentocht is te vinden in een voetnoot bij het gedicht De Winter in drie zangen van Boelardus Alvaarsma uit 1749. Kenners van de geschiedenis van het weer gaan ervan uit dat zulke schaatstochten langs alle Fries steden in de winter van 1740 zijn gereden. Volgens het gedicht wordt een bezoek aan alle Friese steden over het ijs door de Friezen als een kunstukje beschouwd. De rijders reden op eigen initiatief en lieten als bewijs van hun tocht briefjes aftekenen in plaatselijke kroegen.
Hoekstra wint
Op initiatief van Pim Mulier die de tocht in 1891 op eigen houtje reed, werd op zijn initiatief de eerste officiële Elfstedenwedstrijd georganiseerd door de Friese IJsbond in 1909 en gewonnen door Minne Hoekstra, zoon van een schaatsenmaker. Voor de Friese IJsbond was het een eenmalige gebeurtenis. Mindert Hepkema nam daarna het initiatief voor het oprichten van de Vereniging De Friesche Elf Steden die de tocht permanent ging organiseren. De Vereniging koppelde ook een toertocht aan de Elfstedenwedstrijd. Het is de enige besloten toertocht van ons land.
1963
Er zijn inmiddels vijftien georganiseerde Elfstedentochten verreden, soms bij dooi, soms bij strenge vorst. De tocht van 1963 wordt beschouwd als de zwaarste tocht uit de geschiedenis. Reinier Paping was de winnaar van deze tocht. Coen de Koning, Auke Adema en Evert van Benthem wonnen de tocht twee keer.
Polygoon over de Elfstedentocht:
Dim lights Embed Embed this video on your site .


