Canon van de Sport

  • Vergroot lettergrootte
  • Standaard lettergrootte
  • Verklein lettergrootte

1870 - 1920: Beschavingsoffensief

Vanf 1870 beginnen de middenklase en de elite zich het lot aan te trekken van arbeidersgezinnen. Ook de politiek maakt zich zorgen over de hygiëne en het drankgebruik. Men is in het algemeen bang voor relletjes en zelfs voor een mogelijke revolutie. Er wordt een waar beschavingsoffensief ingezet, en ook sport maakt er onderdeel vanuit.

Jongens van Jan de Witt
Pim Mulier schreef in Eigen Haard 1890: 'Atletiek, cricket en andere sporten ... zijn het, die den Jan Salie-geest uit ons Jong Holland zullen houden, hen afhouden van een vroegrijpe levensopvatting en het doelloos slijten van vrije uren bij borrels en biljartspel. Gymnastiek, athletiek, voetbal, cricket en wielrijden zijn goedkoope, gezonde inspanningen, die, mits met mate beoefend, van onze Nederlandsche jeugd zullen maken een generatie van jonge menschen, kloek en zeker van oog, vast van hand, echte jongens van Jan de Witt.'

Fatsoenlijk vertier
Het beschavingsoffensief was gericht op de manier waarop de arbeider zijn vrije tijd invulde. Arbeiders kregen immers langzaamaan wat vrije tijd en die moest volgens de andere klassen fatsoenlijk worden besteed. Sommigen wilden de arbeiders cultureel verheffen door ze aan het lezen en de kunst te krijgen. Voor anderen was juist fysiek bezig zijn de doelstelling: wandelen, gymnastiek en fietsen. Fatsoen moest je toen al doen (ook al kun je fatsoen niet 'doen').

ANWB
Voor de fietsers werd een bond in het leven geroepen onder de naam ANWB. In eerste instantie richtte de bond zich op de gegoede burgerij en op het toeren en racen. Maar omdat de wielrennerij alweer spoedig omgeven was door gokken en drank stootte de ANWB de wielersport af. De ANWB werd een 'toeristenbond'. De ANWB wilde de fietser vooral opleiden tot gediciplineerde weggebruikers met een besef van schoonheid in de beweging.

 Niet iedereen was overigens enthousiast over het fietsen:

"...waar moet het nu heen, als men haar toestaat evenals mevrouw of de dochter des huizes te gaan wielrijden? Is het niet bijna de zekerste weg om die zucht naar opschik, en vooral naar meer schijnen te zijn, aan te wakkeren. en wat is het gevolg? [...] Het meisje komt door de beoefening van den sport in kennis met heeren, in plaats van met jongelieden van haar stand, ze zal zich langzamerhand te goed achten voor meidenwerk en zich volkomen den pas afsnijden om eenmaal een eenvoudige werkmansvrouw te worden."

Verder lezen?
Christianne Smit (red): Foetsoenlijk vertier: deugdzame ontspanning voor arbeiders na 1870 (Bert Bakker)