De kastelein heeft een belangrijke rol gespeeld in de organisatie, de populariteit en v
erspreiding van een aantal volkssporten, zoals kaatsen en schaatsen. Kasteleins stelden vanaf de 18e-eeuw regelmatig prijzen beschikbaar voor winnaars van allerlei wedstrijden.
Kaatsadvertenties
Onderzoeker Jaap Kalma onderzocht over de periode 1754 – 1799 alle kaatsadvertenties in de Leeuwarder Courant. Kalma stelt vast dat de wedstrijden in die tijd meestal samenvielen met kermissen, altijd door kasteleins werden georganiseerd en hoofdzakelijk voor de mindere man (de elite trekt er de neus voor op). Het belang van de kastelein was natuurlijk veel publiek trekken naar de wedstrijd. Publiek dat het nodige had te verteren.
IJsherbergen
Voor het schaatsen was dat niet anders. Om ook in de winter klandizie te krijgen, organiseerden de kroegbazen kortbaanwedstrijden ook wel ijsfeesten genoemd. Dat gold vooral voor de zogenoemde ijsherbergen die bijna uitsluitend per boot of per schaats bereikbaar waren. De kastelein schonk doorgaans ook gratis borrels voor de eerste waaghalzen die per schaats zijn herberg bereikten. Dat blijkt bijvoorbeeld uit het vermakelijke gedicht De winter in drie Zangen van Boelardus Alaarsma uit 1749. De waaghalzen in dit gedicht zakken na de kroegtocht stomdronken door het ijs.
Geldprijzen
Uiiteraard werden op den duur niet alleen gratis consumpties ter beschikking gesteld, maar ook geldprijzen of voorwerpen van edelmetaal, zoals zilveren of zelfs gouden kaatsballen of gouden horloges. In de 19e eeuw werden aanzienlijke geldprijzen - u moet denken aan 200 gulden – beschikbaar gesteld voor winaars van wedstrijden. De befaamde hardrijder Okke van den Berg uit Rijperkerk bijvoorbeeld reed in zijn loopbaan 4.500 gulden bij elkaar, wat gelijkstaat aan ruim € 40.000.
Bestuurders
De rol van de kastelein wordt halverwege de 19e eeuw overgenomen door de bestuurders van sportverenigingen, die in die tijd in opkomst zijn. Sport wordt voortaan bestuurd en georganiseerd in sportverenigingen door bestuurders die net als de katelein zelf ook niet aan sport deden.


