In de late middeleeuwen zijn kaatsen en kolven de meestgespeelde sporten in de Lage Landen. Het zijn ook beide activiteiten die zich ontwikkelen tot populaire sporten die wereldwijd nu beoefend worden. Uit het kaatsen ontstaat via het real-tennis het moderne tennis, uit het kolven uiteraard het golven.
Kaatsen
De oudste vermelding van het kaatsen komt uit 1371: men spreekt van 'de kaats' van de Sint Janskerk in Utrecht. Het kaatsen kent allerlei varianten en wordt en werd door geheel Europa gespeeld. Het is op zich een eenvoudig spel met een opslag en mogelijk een retourbal. Alleen de puntentelling is wat ingewikkeld. Die kennen we nu nog bij het tennis. Kaatsen is overigens geen van oorsprong Nederlandse sport (laat staan Fries). Kolven mogelijk wel.
Op de kortebaan
Kolven is golf op de kortebaan. Hoewel het modene golf in Schotland tot grote bloei kwam, wijzen Nederlandse sporthistorici graag op de Nederlandse oorsprong. Kolven was erg populair in Nederland in de late middeleeuwen en in de Gouden Eeuw. Zo populair dat er allerlei verordening kwamen om het sneuvelen van kerkruiten te voorkomen. We kennen het kolven vooral van de ijstaferelen uit de Gouden Eeuw. Maar er is meer: in Leiden is bijvoorbeeld nog de Kolfmakersteeg en loden kolfvoetjes worden nog regelmatig gevonden in ons land. Wie goed op de 'winterjes' uit de Gouden Eeuw kijkt ziet overal kolfspelers op het ijs. Befaamd is de Kolfspeler van Avercamp.



